De Orde van de Vlaamse Leeuw 2007 werd toegekend aan de heer Herman Suykerbuyk.
De uitreiking vond plaats tijdens een feestelijke bijeenkomst op 5 juli 2007 in De Ark (Pomphuis) in Antwerpen. Tijdens dezelfde plechtigheid ontving Frans Crols een Gulden Spoor voor economische uitstraling vanwege de Beweging Vlaanderen-Europa. Laudationes door Rik van Cauwelaert. Uitreikingen door Matthias E. Storme aan Herman Suykerbuyk en An De Moor aan Frans Crols.
LAUREAAT 2007
De Orde van de Vlaamse Leeuw 2007 werd toegekend aan Herman Suykerbuyk
De uitreiking vond plaats tijdens een feestelijke biienkomst op donderdagavond 5 juli 2007 om 19.45 uur in De Ark (Pomphuis), Siberiastraat, 2030 Antwerpen
Tijdens dezelfde plechtigheid ontving Frans Crols een Gulden Spoor voor economische uitstraling vanwege de Beweging Vlaanderen-Europa
U vindt hieronder de Laudationes door Rik van Cauwelaert.
Dames en Heren,
Mij werd gevraagd hier vanavond de laudatio uit te spreken bij de toekenning van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Herman Suykerbuyk, gewezen volksvertegenwoordiger, senator, lid van het Vlaams Parlement en burgemeester van Essen, en bij de uitreiking van de Gulden Spoor voor Vlaamse Economische Uitstraling aan mijn collega Frans Crols, directeur-hoofdredacteur van het weekblad Trends.
U merkt het: één laudatio voor twee onderscheidingen. Zelfs bij de Beweging Vlaanderen-Europa bleef de invoering van de notie “goed bestuur” niet zonder gevolgen.
Maar laat ik er meteen bij vertellen dat ik bijzonder vereerd ben deze taak te mogen opnemen. Want het gaat hier om twee heren die al jaren mijn achting krijgen en van wie ik, eerlijk gezegd, dacht dat deze onderscheidingen hen al veel eerder te beurt waren gevallen.
Zowel Herman Suykerbuyk als Frans Crols, twee rustige heren, behoren tot een categorie van mensen die niet aarzelen, de ene als politicus, de andere als journalist, hun nek uit te steken voor wat zij menen dat juist is. Ook al gaat hun overtuiging in tegen de tijdsgeest, en wordt die dan, door de vele suppoosten van het goede gedacht die in de media actief zijn, als ‘politiek onwelvoeglijk’ bestempeld.
Kortom: de soort mannen waar de huidige politieke generatie, met haar ‘spindoctorsdemocratie’, geen raad meer mee weet.
Is het een toeval, zo vroeg ik me af, dat Herman Suykerbuyk hier vandaag wordt onderscheiden met de Orde van de Vlaamse Leeuw, op een moment dat de Nederlandstalige en Franstalige Gemeenschappen verder dan ooit uit elkaar zijn gedreven?
Net op een moment dat het staatshoofd een loodgieter moet vragen om nog eens een laatste keer, misschien - de constitutionele lekkages te stoppen.
Bijna 40 jaar geleden werd de toen 31-jarige burgemeester van Essen Herman Suykerbuyk, op 31 maart 1968 op een CVP-lijst tot volksvertegenwoordiger verkozen. Het was toen al niet anders. In die dagen was er al sprake van dat België op het punt stond te barsten, want niemand geloofde dat er ooit nog een nationale regering kon worden gevormd. Zo diep was de communautaire wonde geslagen door Leuven Vlaams.
Het “Walen Buiten” van de Leuvense studenten had niet alleen de splitsing van de Katholieke Universiteit, maar ook die van de christendemocratische familie tot gevolg.
Het was toen Paul Vanden Boeynants, ook een chef-bricoleur, die de weg bereidde voor Gaston Eyskens.
Trouwens, de CVP zou bij die verkiezingen 6 zetels inboeten, de Franstalige zusterpartij PSC slechts 3. De grootste winst ging naar de Volksunie, die met 8 bijkomende zetels, ineens 20 kamerleden telde.
Suykerbuyk, die school had gelopen aan het Klein Seminarie van Hoogstraten, een van de kweekkassen van de Vlaamse Beweging, had ooit getwijfeld tussen CVP en VU, maar hij koos finaal voor de christendemocratie. Want, zou hij later toelichten, hij zag zich nog niet meteen achter het pluralistische vaandel aan lopen.
Suykerbruyk heeft daar in de Brusselse Tweekerkenstraat vaak overhoop gelegen met de CVP-leiding, die zelden openlijk voor de Vlaamse belangen durfde te kiezen.
Het heeft hem niet belet al die jaren, tot zijn afscheid van het Vlaams Parlement in 1999, voortdurend, daar waar nodig, nu eens discreet dan weer openlijk, druk uit te oefenen op zijn partij, vooral op momenten dat aan nieuwe staatshervormingen werd gesleuteld.
Zoals ten tijde van de carrousel het woord ‘carrousel’ was een toevoeging van Suykerbuyk aan het Wetstratees in Voeren waar schorsing en vernietigingsbesluiten elkaar opvolgden, maar waar José Happart altijd opnieuw in de burgemeesterszetel belandde.
Die druk op zijn partij volhouden was niet altijd eenvoudig. Want altijd waren er, niet alleen in Brussel, ook in Vlaanderen, de goede zielen die kwamen voorhouden dat het nu eens tijd werd om de echte problemen aan te pakken.
Doch dat soort opmerkingen heeft Suykerbuyk nooit van slag gebracht. Bovendien was zijn onafhankelijkheid binnen zijn partij bijzonder groot.
Die onafhankelijkheid dankte Herman Suykerbuyk op de eerste plaats aan het feit dat hij, behalve zijn zetel in het parlement, in de Brusselse Wetstraat nooit een openbaar ambt, ook geen ministerschap, heeft nagestreefd.
Het is een ambitie waaraan menig jong en veelbelovend politicus, vandaag nog, kapot gaat. Want, zoals Thomas Jefferson ooit leerde, als iemand zijn zinnen heeft gezet op een openbaar ambt, dan verschijnen de eerste voze vlekken in zijn gedrag.
Wie vandaag de stoet van opvolgers door het federale of het Gemeenschapsparlement ziet struinen of het zelfingenomen volkje observeert dat in afwachting van een snelle topbenoeming de ministeriële kabinetten bevolkt, moet onweerstaanbaar denken aan wat de oude Amerikaanse afgevaardigde Sam Rayburn ooit zei over de vaak briljante maar veelal arrogante medewerkers van John F. Kennedy.: ‘Ik zou me heel wat geruster voelen als één van hen zich een keer verkiesbaar had gesteld voor sheriff.’
Rayburn had gelijk. Je kan ze er zo uithalen, ook bij ons, de parlementsleden die gesopt en gekookt zijn in de lokale politiek. Herman Suykerbuyk was er zo een.
Want zijn tweede politieke sterkhouder was zijn burgemeesterschap van Essen, een gemeente die hij 35 jaar lang heeft geleid.
Wellicht was dat burgemeesterschap nog de functie die hem de meeste politieke voldoening schonk tenminste, dat was de indruk die ik altijd had toen ik als politiek verslaggever bij hem langs ging voor een gesprek.
Door zijn onafhankelijkheid heeft Herman Suykerbuyk, als lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, als senator en als Vlaams volksvertegenwoordiger een exemplarisch parlementair parcours afgewerkt.
Daarbij heeft hij niet alleen de Vlaamse belangen behartigd. Als zoon van een Nederlander en grensbewoner had hij meer dan gewone aandacht voor de goede relaties met Nederland. Een zorg die vandaag, en dat is jammer, nog weinig Vlaamse politici naar het hart gaat
Suykerbuyks laatste grote parlementaire wapenfeit was het indienen en laten goedkeuren, middels een wisselmeerderheid in het Vlaams Parlement, van zijn zogenaamde repressiedecreet.
Een decreet waarmee hij financieel tegemoet wilde komen aan slachtoffers van de oorlog en de repressie. Voor deze laatste ging het dan om mensen wier veroordeling door eerherstel of door een genademaatregel ongedaan was gemaakt.
Suykerbuyk behoort tot de generatie die de verhalen van de excessen van de repressie uit de eerste hand had vernomen. Vooral de regelrechte dwalingen, zoals de veroordeling en terechtstelling van Leo Vindevogel, blijven hem en vele van zijn generatiegenoten in het geheugen gegrift.
Herman Suykerbuyk nam zijn initiatief nadat eerder een poging van federaal premier Jean-Luc Dehaene om het repressiedossier af te handelen, was mislukt.
Waarop hij meteen zwaar werd aangevallen. Door vooral de Franstalige pers werd hij net niet voor een neofascist versleten. Doch met een Olympische kalmte heeft Suykerbuyk deze hetze doorstaan en in elke confrontatie, in elk debat, zijn punt gemaakt.
Ze zijn zeldzaam de Vlaamse volksvertegenwoordigers die hem dit vandaag zouden durven nadoen.
XXX
Die onverzettelijkheid van Herman Suykerbuyk is ook een eigenschap van die andere Kempenaar, mijn collega Frans Crols die hier vanavond de Gulden Spoor voor Vlaamse Economische Uitstraling uitgereikt krijgt.
Wij kunnen het ons nog nauwelijks voorstellen, maar wanneer in maart 1975 het eerste nummer van het financieel-economische tijdschrift Trends van de Roularta-persen rolde, hadden de toen bestaande zakenbladen de gewoonte hun cover te verkopen.
Tot 200.000 frank toch geen klein bedrag in die dagen kostte het een CEO die zijn portret op de cover van zo een blad wilde zien.
Bij Trends werkte dat niet. Het heeft jaren geduurd vooraleer de oude praktijken uitgeroeid geraakten, maar het blad heeft, met zijn onafhankelijke journalistiek, finaal ook die strijd gewonnen.
Als Trends vandaag een van de sterkste en meest vertrouwen wekkende titels is op de Vlaamse bladenmarkt dan is dat geen klein beetje de verdienste van Frans Crols.
Geboren in Turnhout, opgeleid in het plaatselijke Sint-Victor, en later student Economische Wetenschappen aan de UFSIA, een passage als ontwikkelingswerker in Congo, leraar in het Mechelse Sint-Romboutscollege, een kortstondige aanleg bij de Compagnie Maritime Belge, waarna vier jaar als redacteur economie bij Gazet van Antwerpen, daarmee is de dan al gevulde loopbaan geschetst van de 33-jarige Frans Crols die in 1975 met Trends van wal steekt.
Het is wat later, ik denk in 1980, dat de gezaghebbende Lode Claes, gewezen VU-senator en een man die via de BBL gelieerd was met de Brusselse haute finance, directeur zou worden van Trends.
In de redactie-adviesraad van het blad zullen ooit zetelen: Herman Van Rompuy, Herman Daems, Eddy Bruyninckx, Paul Buysse, en Kris Peeters, vandaag Vlaams minister-president.
Onder de invloed van Lode Claes en naderhand via de commentaren van Frans Crols kreeg het blad een uitgesproken Vlaams profiel. Op zijn manier deed Crols voor en met Trends wat zijn collega Frans Verleyen met Knack deed: het blad een gezicht en een stem geven.
Een van de uitgangspunten van Frans Crols was dat het Vlaamse bedrijfsleven, meer dan het zich in die dagen realiseerde, een belangrijke natie-opbouwende rol te vervullen had.
Het is voor Crols altijd een raadsel geweest dat de Vlaamse ondernemers vanuit een economische ratio niet vaker het voortouw namen bij het ter discussie stellen van de Belgische constructie.
Juist omdat ze, zo zei hij ooit in een gesprek met Gazet van Antwerpen, toch moesten zien dat rondom ons de kleine landen meer dan ooit kansen kregen binnen de grotere economische gehelen.
‘We mogen,’ zei hij destijds, ‘geen hele generatie meer verliezen in achterhoedegevechten, want België is een grote rem op onze economische groei. Laat die onafhankelijkheidseis toch niet over aan het Vlaams Blok, het is de taak van alle liberaal-denkenden om ter zake het voortouw te nemen.’
Als er vandaag zoiets bestaat als het Warande-manifest, dan is dat ook het werk van Crols, die nooit ophield met zijn commentaren en zijn werk met Trends de wind onder dat Vlaamse zeil te houden.
Het is hem niet altijd in dank afgenomen. Er waren, zo gaat dat in Vlaanderen, de verdachtmakingen over zogenaamde banden met extreemrechts.
Maar Frans Crols, naar eigen zeggen geen liberaal maar een liberaal-denkende die zijn Adam Smith niet onder de arm maar onder knie heeft, zal op die politieke verdachtmakingen nooit ingaan en ze op waardige wijze naast zich leggen.
Zijn werk, de verhalen die hij voor Trends schreef, zijn optreden in het publieke veld, het spreekt allemaal voor zich. Zo bijvoorbeeld zijn pogingen om de inbreng van moslims in Vlaanderen te valoriseren.
Zijn plan om met Mohammed Chakkar het blad Kalima een blad voor die unserved audience want dat blijft die allochtone gemeenschap - , uit te brengen stootte finaal op de kortzichtigheid van sommige betrokkenen.
Net als Herman Suykerbuyk is Frans Crols één van die Vlamingen zich wel eens afvraagt wat we nu met al die autonomie zullen aanvangen. Hoe we die Vlaamse samenleving, eens die op eigen benen mag staan, gaan organiseren?
Hugo Schiltz zei ooit dat hij de indruk had dat heel wat opgeklopte discussies over onderdelen van de staatshervormingen de vrees van tal van Vlaamse politici moest verbergen dat zij met het uitschakelen van de belgicistische-unitaire vijand plots met lege handen voor hun publiek zouden moeten verschijnen en op die manier hun legitimatie zouden verspelen.
Voor Schiltz was het de taak van de Vlaamse Beweging er mee voor te zorgen dat het tenminste de moeite waard blijft Vlaming te zijn in de 21ste eeuw.
Herman Suykerbuyk en Frans Crols hebben alvast hun deel van die opdracht vervuld.
Daarom worden ze hier vanavond met recht geëerd.