LAUREAAT 2005
LEO PEETERS EN DE BURGEMEESTERS VAN HALLE-VILVOORDE
De Orde van de Vlaamse Leeuw 2005 wordt toegekend aan burgemeester en oud-minister Leo Peeters en de burgemeesters van Halle-Vilvoorde die ijveren voor het Vlaams karakter van de gemeenten van Halle-Vilvoorde, onder meer door hun acties voor de splitsing van de kieskring met het oog op de ontvoogding ten aanzien van Brussel.
Wat de burgemeesters van Halle-Vilvoorde gezamenlijk betreft, wil de Orde hen en hun schepencolleges eren voor hun eendrachtige en partij-overschrijdende inzet voor de gezamenlijke Vlaamse belangen in Vlaams-Brabant, en in het bijzonder voor de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Hun optreden is een toonbeeld van een levende democratie van onderuit.
Wat in het bijzonder Leo Peeters betreft wil de Orde hem eren voor zijn consequente en kordate inzet gedurende een hele carrière, in het bijzonder als volksvertegenwoordiger, als Vlaams Minister en als burgemeester, voor een Nederlands, democratisch en sociaal coherent Vlaanderen.
De uitreiking zelf vond plaats op zondag 20 maart 2005 om 11.00 uur in het Cultuurcentrum Strombeek-Bever.
-------------------------------------
(Inleiding door An de Moor, secretaris van de Orde)
Waardige genodigden
In de lange geschiedenis van de Orde van de Vlaamse Leeuw stond nog nooit een laureaat mét zijn vele verdiensten zo in de politieke actualiteit als dit jaar.
Het valt op dat sommige Waalse media zelfs meer aandacht aan Brussel-Halle-Vilvoorde besteden dan aan hun wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik. Zouden ze het aan de overzijde van de taalgrens dan toch beginnen beseffen dat het de Vlamingen dit keer menens is ? Realiseren de Vlamingen zich genoeg dat alleen een solidair gemeenschappelijk Vlaams front respect afdwingt ?
Ik heb mij verstout de tekst van het bekende gedicht Ballade van een katholiek van de Noord-Nederlander Anton van Duinkerken uit 1935 enigszins aan te passen aan de huidige omstandigheden, en met een knipoog naar Guido Gezelle:
Ballade van een Vlaming
Opgedragen aan Didier, Elio et Laurette
Jawel, madame et messieurs, ik noem mij Vlaming, categoriek
En twintig eeuwen kunnen t woord verklaren
Aan u en uw opgewonden kliek,
Die blij mag zijn met 175 volle jaren,
Als onze God u toestaat te bedaren
Van t heilgeschreeuw, geleerd bij de barbaren,
En als uw mouvement wallon haar muziek
Toonzetten leert op ónze maat der eeuwen.
De Vlamingen hebben in de politiek
Iets meer gedaan dan welluidend schreeuwen.
Daarom, madame et messieurs, noem ik mij Vlaming, categoriek.
Gij leeft te zeer in uw bewogen heden
Om het te weten, maar het is geschied,
Dat velen die deze naam beleden
Beschermers bleken van het wijd gebied,
Waarop men heden nog beschaving ziet,
Gij preekt wel, maar gij kent uw geschiedenis niet!
Wat is uw toekomst zonder ons verleden?
Bedenkt, als onze duizendtallen Nederlandstaligen hier dunnen,
Hoe deze burgemeesters raakten aan de mechaniek van den Belgique,
En weerstand boden aan een overmacht van Hunnen.
Daarom, madame et messieurs, noem ik mij Vlaming, categoriek!
In Brabant weet men van de geus te spreken
Daar heb ik t vaderlands gevoel geleerd.
Vouw ik de handen om de heer te smeken,
Dat Hij t volk hoede, vrij en ongedeerd
Van staatszucht, tirannie en van verkeerd
Vertrouwen in wie door machtswellust regeert:
Gij zegt dat t Vlaamsch hier te niet zal gaan,
Dat t Waalsch gezwets zal boven slaan
Dat hopen, dat begeren wij,
Dat zeggen en dat zweren wij,
Zoo lange zullen wij ons weren,
Uw vertragingsmanoeuvres in BHV onverwijld bezweren.
Tegen Anschlussplannen voor Vlaams-Brabant zijn wij, fanatiek.
Daarom, madame et messieurs, noem ik mij Vlaming, categoriek!
Prince
Heer Philippe de Taaie, Prins van den Belgique,
Het grootste deel van dit land heeft op dit communautaire dossier terechte kritiek.
Uw Waalse onderdanen houden zich niet aan gemaakte afspraken,
Blijven de splitsing van de kieskring en het gerechtelijk arrondissement BHV laken.
Daarom, madame et messieurs, noem ik mij Vlaming, categoriek!
***
Wanneer het besluit gevallen was om de actie rond de splitsing van de kieskring B-H-V te huldigen en met name Leo Peeters en de burgemeesters van Halle-Vilvoorde, zijn we ONVERWIJLD met de organisatie van deze dag begonnen. Er werd een SYNOPTISCHE TABEL gemaakt van mogelijke sprekers.
Een INTERMINISTERIELE WERKGROEP vond voormalig cultuurminister Van Grembergen bereid om de laudatio voor de laureaat en zijn medestanders uit te spreken.
Prof. Matthias Storme werd niet gevraagd om in de BIECHTSTOELPROCEDURE te komen fluisteren. Omdat hij altijd luidop zijn vrije mening zegt, zal hij als vervolgens voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw de gelegenheidstoespraak verzorgen.
-----------------------------------------
(laudatio door oud-minister Van Grembergen)
Burgemeesters van de Rand,
Dames en heren,
Als ik een zoon of dochter ben van de woestijn, in kleuren van oker, van oases en sierlijke arabesken en ik kom hier wonen in het Noorden, dan vindt elke staat van het Noorden, elke regering, elk parlement dat deze zoon of dochter van de woestijn, de wetten, de samenlevingsordening moet eerbiedigen en de landstaal moet aanleren.
Als ik een zoon of dochter ben uit eigen grensgebied of uit de groene valleien van welig Europa of uit de wirwar van straten van de hier nabije stad, dan vinden sommigen dat ze de wetten, de samenlevingsordening niet moeten eerbiedigen en de landstaal niet moeten leren.
Ik prijs de wetgeving van een land die geen onderscheid maakt in de behandeling van de burgers, alnaargelang.
Ik prijs de burgemeesters van de Rand die dit principe in ere houden.
In Den Haag, de hoofdstad van Nederland, in het voorportaal van het Binnenhof staat volgende tekst in arduin gebeiteld: In dit land worden alle burgers in gelijke omstandigheden op gelijke wijze behandeld. Het is een landsleuze waar men trots op kan zijn.
Het is ook fundamenteel: alle burgers van een staat, gelijk voor de wet.
Het is vreemd, dat de houding van de burgemeesters van de Rand slechts zelden gekaderd wordt uit oogpunt van gelijkheid, de politieke wil tot de noodzakelijke sociale cohesie, het respect voor de tradities van de streek, de taal, het erfgoed, de landschapszorg.
Het is vreemd, dat de houding van anderstalige inwijkelingen, waaronder Franstaligen, die weigeren in de harmonie van een streek een rol te spelen, omwille van hooghartigheid en een perceptie van superioriteit op zo weinig weerstand stuit en zo weinig kritiek ontvangt.
Het is vreemd, dat een deel van onze Vlaamse intellectuele elite, die op internationale podia een sterke pleiter is voor de rechten van oorspronkelijke bevolking, angstvallig zwijgt over de verdringing in de Rand en cynisch en denigrerend de actie van onze burgemeesters beoordeelt.
Het is vreemd, dat Vlamingen die Europeeër zijn, en Europa bouwen om de grenzen de grenzen te laten zijn, om de rijkdom aan verscheidenheid, culturen en regios nieuwe kansen te geven, daar afbreuk zouden moeten aan doen.
Het is vreemd, dat wij in Vlaanderen, die grenzen en grensgebieden, zoals Jozef Deleu zegt, beschouwen als ontmoetingsplaatsen, als verrijking, de naam opgeplakt krijgen van imperialisten en dat anderen die grenzen willen verleggen, die dromen van Groot-Brussel, die willen innemen en veroveren, als humanisten worden aangeduid.
Zeer speciaal richt ik mij tot burgemeester Leo Peeters, gewezen minister van Binnenlandse Aangelegenheden.
Burgemeester Peeters, bakken kritiek heeft u de voorbije jaren gekregen. U was de onverdraagzame, u was de socialist, besmet door eng nationalisme, u was de pester, u was rancuneus, u was een minus. De kritiek aan Franstalige zijde zal u ingeschat hebben, de kritiek aan Vlaamse zijde geuit in partijhoofdkwartieren door vooraanstaande Vlaamse politici en door gezaghebbende Vlaamse commentatoren moet u gekwetst hebben. U heeft daar met zeldzame koelbloedigheid op gereageerd. Er kwamen geen onvertogen woorden, u was niet roekeloos in woordgebruik, u overspeelde uw hand niet en geen uitspraken deed u die, als een boemerang op u en op de zaak die u verdedigde terugkwamen. Maar u was volhardend, intimidatie raakte u, maar veranderde niet uw houding, u argumenteerde maar schold niet, in het publiek debat was u rustig en zakelijk.
Het is deze houding, het is deze aanpak en dit gedrag die gemaakt hebben dat een meerderheid van Vlaamse gemeentebesturen in gemeentelijke moties de splitsing B.H.V. heeft goedgekeurd.
Het is deze houding, het is deze aanpak die alle Vlaamse partijen verplicht heeft de splitsing B.H.V. als een te realiseren eis te formuleren en op de politieke agenda te plaatsen. Er is geen weg terug. Dit is uw werk. Daar past grote appreciatie voor.
U moet de Max Havelaar van Multatuli gelezen hebben en zijn toespraak tot de hoofden van Lebak, over verdrukking, uitbuiting, wetsverkrachting en het moet u innerlijke kracht gegeven hebben. Multatuli had het over de gordel van smaragd, over Insulinde, het wingewest voor koffie, en rijst, en hardhout, edel tropisch hout en goud en goedkope arbeidskrachten.
Ook bij ons gaat het over de gordel, het wingewest. Geen wingewest van koffiebonen maar een wingewest van electoraat. Een land beroven van zijn grondstoffen is verfoeilijk kolonialisme. In de politieke mores, althans verbaal, wordt deze houding heftig aangeklaagd.
In de hiërarchie van politieke mores is het eveneens onaanvaardbaar dat Franstalige partijen met grote liberale, socialistische, humanistische en ecologische principes Halle-Vilvoorde beschouwen als een electoraal wingewest. Er past slechts minachting tegenover dergelijke houding, hier past slechts hard, volgehouden en principieel verzet.
Burgemeester Peeters, u heeft ook gezorgd voor een goed korps van medestanders met de groep burgemeesters van de Rand. De verscheidenheid van hun politieke kleur dient de zaak, geeft de zaak politiek belang en politiek gewicht. Men heeft gepoogd de burgemeesters en hun colleges te verdelen in minimalisten en maximalisten, in goeden en kwaden. Het is niet gelukt, de splijtzwam kwam er niet. Ook dat is zeldzaam.
Ik weet niet wat de dag van morgen als oplossing brengt. Er wordt voorzeker geschoven met schaakstukken en pros en contras. In alle omstandigheden lijkt het mij aangewezen dat de samenhorigheid van de burgemeesters blijft.
Toen men mij vroeg om de laudatio te houden voor Burgemeester Leo Peeters en zijn collegas heb ik geen moment geaarzeld.
In Van Dale wordt laudatio als volgt omschreven: lofprijzing.
Het staat geprangd tussen de woorden laudanum wat slaapverwekkend middel betekent en tussen lauden: kerkelijke lofpsalmen.
Ik denk dat ik binnen de grenzen ben gebleven.
Burgemeester Leo Peeters, burgemeesters van de Rand, hou vol en veel succes. Wij staan achter u.
-----------------------------------------
(toespraak door prof. Matthias E. Storme, voorzitter van de Orde)
Hoogedelgestrenge Heer burgemeester in wiens gemeente wij te gast zijn,
Hoogedelgestrenge heren burgemeesters-laureaten,
Hooggeachte eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Hooggeachte Dames en Heren vertegenwoordigers van het volk in onze diverse Staten
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !
De Orde van de Vlaamse leeuw wordt toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met :
- een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap;
- prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
- acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.
Deze Orde wordt vandaag voor de 22e maal uitgereikt. Vandaga keren we terug naar de wortels van onze Orde. De eerste orde werd immers uitgereikt in 1971 aan Ernest Soens, burgemeester van Strombeek-Bever, die zich met succes verzette tegen de annexatie van zijn gemeente bij Brussel of de invoering van faciliteiten. Op de 21e uitreiking, in 2003, eerden wij de dichter Hubert van Herreweghen, vandaag eren we doeners uit de streek van de dichter. Einde 2004 werd de Heer Luc Demedts, voorzitter van het Halle-Vilvoorde-Komitee. U hoorde zonet de laudatio door minister van Grembergen voor de gelauwerden van vandaag, Leo peeters en zijn collega-burgemeesters van Halle-Vilvoorde. Zij hebben in de Conferentie van burgemeesters van Halle-Vilvoorde kordaat gestreden om een einde te maken aan de bevoogding van de gemeenten van Halle-Vilvoorde door franstalig Brussel door de onderwerping van die gemeenten aan het arrondissement Brussel. Het woord arrondissement is niet toevallig een
term die dateert uit de Tijd van de Franse bezetting en annexatie.
Omwille van de actualiteit hebben we de uitreiking van de Orde dit jaar enkele maanden vervroegd. We waren er bij de planning eigenlijk van overtuigd dat de splitsing van het arrondissement vandaag reeds een feit zou zijn, aangezien die ons onverwijld was toegezegd.
Een bekende partijvoorzitter noemde die splitsing het 177E probleem, En ik ben het met hem eens dat er een hele reeks problemen zijn van groter gewicht, al weet ik niet zeker of we hetzelfde bedoelen. Van groter gewicht zijn inderdaad de gezondheidszorg, ik bedoel de splitsing daarvan, het werkgelegenheidsbeleid, ik bedoel de splitsing daarvan, de sociale zekerheid, ik bedoel de splitsing daarvan, de rechtsbedeling, ik bedoel de splitsing daarvan, en zo kunnen we nog even doorgaan. Alleen: als onze Vlaamse leiders nog niet in staat zouden blijken om probleem 177 op te lossen door eenvoudigweg de grondwettelijke indeling in taalgebieden door te trekken in de kiesomschrijvingen, wat kunnen we dan nog verwachten dat ze zouden bereiken op die andere domeinen ?
In ieder geval, de splitsing van Brussel en Halle-Vilvoorde is het sluitstuk van het territo-rialiteitsbeginsel dat nog steeds éénzijdig wordt toegepast: consequent ten gunste van Wallonië, halfslachtig als het om Vlaanderen gaat. Het is natuurlijk een oud verhaal, en het is eigen aan taalimperialisten dat zij het territorialiteitsbeginsel wel in vraag stellen in gebieden waar ze nog niet in de meerderheid zijn of die ze nog niet onder controle hebben, maar natuurlijk wel ten volle toepassen eens ze een bepaald gebied geannexeerd hebben of onder controle krijgen.
In de Belgische geschiedenis zijn het overigens - het kan geen kwaad hier even aan te herinneren niet de Vlamingen die de keuze gemaakt hebben voor het territorialiteitsbeginsel, maar de Walen. Bij de totstandkoming van de eerste taalwetten, in 1878 zowel als in 1921, wilden de Vlamingen in het Parlement instemmen met een regeling die elke particulier in het gehele België de keuze zou geven tussen Nederlands en Frans. Maar de Franstaligen wilden absoluut de eentaligheid van Wallonië handhaven. Dat was voor beide partijen de meest rechtvaardige en verstandige keuze, gezien geen van beiden zeker kon zijn van de machtsverhoudingen op lange termijn. Enkel zijn de Franstaligen blijven valsspelen en hebben ze hun annexatieplannen nooit opgegeven. De Vlamingen hebben het spel ten aanzien van Wallonië wel correct gespeeld, en de ééntaligheid van Wallonië is nooit meer in vraag gesteld.
De voorbije jaren zijn we getuige geweest van het persistent misbruiken door de Fransta-ligen van hun machtspositie op internationaal vlak om op die manier hun imperialistische politiek verder te zetten.
Ze zijn daarbij geholpen door de manifest éénzijdige en scheefgegroeide ontwikkeling inzake de rechten van nationale minderheden - waarmee autochtone etnisch-culturele minderheden worden bedoeld. Anders dan sommige andere internationale instrumenten, die een stuk evenwichtiger zijn, maar jammer genoeg niet dezelfde rol spelen, komt deze scheeftrekking duidelijk tot uiting in het kaderverdrag inzake nationale minderheden.
Het is vandaag de dag natuurlijk modieus om elke wind die onder de naam mensenrechten wordt gelaten als een schitterend parfum te beschouwen, maar dit simplisme miskent de enorme verschillen in intrinsieke kwaliteit tussen de verschillende instrumenten die aan dergelijke rechten vorm proberen te geven. De Kaderconventie is bijna een schoolvoorbeeld van zo'n instrument waarvan de intrinsieke kwaliteit zeer laag is, wat precies een heleboel landen goed uitkomt, maar dan wel ten koste van enkele andere volkeren die niet in het gebrekkige concept passen.
Het Verdrag lijdt onder meer daaraan, dat het geen onderscheid maakt tussen enerzijds opvattingen of regels die uitgaan van louter individuele rechten welke in se niet vereisen dat men deel uitmaakt van een welbepaalde (minderheids)groep, en anderzijds rechten en vrijheden die duidelijk verbonden zijn met het deel uitmaken van een specifieke groep die al dan niet territoriaal is afgebakend. In het eerste geval gaat het namelijk om rechten die elke burger heeft, ongeacht tot welke groep hij behoort, en waarvan de inhoud niet verschilt doordat hij lid is van een bepaalde groep: gelijkheid voor de wet, vrijheid van vereniging, meningsuiting, godsdienst, recht op een tolk in strafzaken, niet-gesubsidieerd privé-onderwijs, e.d. In een liberaaldemocratische rechtsstaat komen deze rechten aan iedereen toe, en daar is een minderhedenverdrag dus overbodig. Daarnaast zijn er echter rechten die personen maar hebben omdat er een volksgroep is, waartoe zij behoren, en die bep
aalde kenmerken heeft: gebruik van hun taal door de overheid, gelijkelijk gesubsidieerd onderwijs, e.d.m. Het gaat hier ook om individuele rechten, maar geen louter individuele rechten, zij hebben een collectieve dimensie, en gelden slechts voor zover men tot een erkende groep behoort of voor zover zij collectief worden uitgeoefend. Deze rechten komen niet toe aan elke burger, maar slechts aan diegenen die tot een autochtone volksgroep behoren, een nationale minderheid. Zoniet zou van elke overheid kunnen worden geëist dat zij in meer dan 3.000 talen werkt.
Dergelijke rechten van de tweede categorie kunnen in beginsel op twee manieren worden georganiseerd: op personele basis en op territoriale basis. Indien zij werkelijk ernstig worden genomen leiden zij tot een personeel dan wel een territoriaal federalisme, mogelijks zelfs tot onafhankelijkheid van de volksgroep. In de Belgische grondwet worden deze rehcten ook ernstig genomen: in beginsel geldt een territoriaal federalisme, behalve in het tweetalig gebied Brussel, waar ten dele een personeel federalisme geldt - voor de zogenaamde gemeenschapsbevoegdheden. Dit alles heeft de belgische franstaligen tot één van de allerbest beschermde minderheden ter wereld gemaakt. Maar voor sommigen is het nooit genoeg en is gebiedshonger nooit gestild.
In de Raad van Europa was de weerstand tegen het recht op autonomie van de volksgroepen, zij het in personele of territoriale vorm zo groot, dat men tot onevenwichtig halfslachtige oplossingen gekomen is, grotendeels personeel geïnspireerd, doch zonder enige erkenning van volksgroepen of autonome gemeenschappen.
Het probleem van nationale minderheden in het Procrustesbed van uitsluitend individuele rechten leggen, getuigt echter van een blindheid voor de machtsverhoudingen die er bestaan tussen grote en kleine culturen, en tussen culturen die een eigen staat hebben en degene die dat niet hebben.
Andere experten inzake minderheden hebben dan ook aangetoond dat het voor een kleine cultuur veel belangrijker is om over een "safe haven" of "security area" te beschikken, een gebied waar men thuis kan zijn en waar de cultuur niet voortdurend onder druk staat van machtiger grotere culturen, waarvan de identiteit en integriteit wordt eerbiedigd. Het territorialiteitsbeginsel is dus de aan de situatie van deze volkeren aangepaste vorm van bescherming van minoritaire culturen, zoals de Vlamingen, die immers minoritair zijn wanneer men het perspectief niet vervalst door uitsluitend op het niveau van de bestaande staten te kijken. Op europees vlak zijn de Vlamingen immers duidelijk een minderheid, en is het juist deze die moet worden beschermd tegen de druk van machtiger buurculturen zoals de franstalige.
Ontwerpen om een dergelijke meer evenwichtige bescherming van nationale groepen tot stand te brengen zijn op europees niveau weliswaar ook besproken, maar niet gerealiseerd; denken we bv. aan het ontwerp-handvest van rechten van etnische groepen voor de EG van 1988 (Stauffenberg-ontwerp), later overgenomen in het ontwerp-Alber. Aanzetten tot een bescherming door middel van een beveiligd territorium vinden we ook in de Déclaration universelle des droits collectifs des peuples, waarvan art. 9 bepaalt: "Tout peuple a le droit d'exprimer et de développer sa culture, sa langue et ses règles d'organisation, et de se doter pour ce faire de ses propres structures politiques, d'enseignement, de communi-cation et d'administration publique, sur son aire de souveraineté." En artikel 7 van het Projet de déclaration des Nations Unies sur les droits des peuples autochtones stelt: " Les peuples autochtones ont le droit, à titre c
ollectif et individuel, d'être protégés contre l'eth-nocide ou le génocide culturel, notamment par des mesures visant à empêcher et à réparer tout acte ayant pour but ou pour effet de les priver de leur intégrité en tant que peuples distincts ou de leurs valeurs culturelles ou identité ethnique". Ook het Europees handvest voor streektalen legt nog een duidelijke band tussen minderheidsbescherming en territori-aliteit, en gaat dus niet uit van louter individuele rechten.
In de Raad van Europa vonden vele regeringen echter een recht op personele dan wel ter-ritoriale autonomie een veel te verregaande bescherming van minderheidsvolkeren. De échte bescherming van kleinere culturen in de vorm van territoriale autonomie, in de vorm van een security area, werd dus geweerd. De regels die het de kleine culturen moeten mogelijk maken hun identiteit en de integriteit van hun gemeenschap te vrijwaren tegen de wet van de sterkste, in casu de macht van grotere culturen en naties, ontbreken. De Raad van Europa werd gekaapt door ideologen die tegen volksgroepenrechten zijn en alles door de scheve bril van louter individuele mensenrechten bekijken.
Dit is niet erg voor volkeren die zelfs in eigen streek al geminoriseerd zijn: voor hen is het een stap vooruit. En het is relatief onschadelijk voor kleinere volkeren die wel hun eigen territorium hebben en het tot een onafhankelijke staat hebben gebracht. Het is echter ook goed voor de grote culturen die aan de hand hiervan overal minderheidsrechten kunnen proberen opeisen en zo hun machtspositie nog versterken.
De houding van de Raad van Europa is des te merkwaardiger, nu deze in het arrest over de Turkse Refahpartij, het verbod op die partij door de vingers heeft gezien - geheel ten onrechte overigens - omdat die partij voorstander was van het in de ogen van het Hof onaanvaardbare personaliteitsbeginsel, volgens hetwelk de burgers van eenzelfde territo-rium aan verschillende wetten zouden zijn onderworpen naargelang de groep waartoe ze behoorden.
Door uitsluitend te focussen op individuele of personele oplossingen en de minderheden-bescherming door middel van de erkenning van territoriale integriteit te weigeren, voert de Raad van Europa dan ook een uitermate eenzijdige minderhedenpolitiek, die ten onrechte één vorm van minderhedenbescherming voorrang geeft en de andere geheel negeert. Het territorialiteitsbeginsel is géén inperking van de individuele vrijheid, maar juist een garantie ervoor, een garantie tegen verdrukking van de leden van kleinere taalgemeenschappen door de grotere. Het is dus wraakroepend wanneer men landen die een veel verregaander minderhedenbescherming hebben zoals België door middel van zijn defederalisering, de les gaat spellen op basis van een conventie die juist weigert die verdergaande bescherming te erkennen.
Dit zou allemaal niet zo erg zijn wanneer Vlaanderen een onafhankelijk staat was: van onafhankelijke staten wordt de territoriale integriteit en nationale identiteit door Europa immers wél erkend, van volkeren zonder staat blijkbaar niet. Indien Vlaanderen onafhan-kelijk was, konden we ons de ratificatie van zo'n minderhedenverdragen dus allicht wel permitteren, ondanks de bedroevende kwaliteit ervan.
Die kansen op bescherming van onze territoriale integriteit en op onafhankelijkheid dreigen we overigens te verliezen indien we ons nu dat ontwerp van Europese grondwet door de strot laten duwen. Niet toevallig is daarin op het laatste ogenblik stoemelings ook een bepaling opgenomen die discriminatie van nationale minderheden verbiedt. Met andere woorden: het heeft geen enkele zin dat onze politici moedig weigeren het Minderheden-verdrag te ratificeren, wanneer ze niet hetzelfde doen ten aanzien van die Europese Grondwet, waarvan de rechtskracht nog een heel stuk groter is. Indien men al het Min-derhedenverdrag zou kunnen goedkeuren middels bepaalde voorbehouden - en beter ook dat niet - dan moet men minstens dezelfde eisen en reserves formuleren tegenover de Europese grondwet. En die reserve kan m.i. niet anders luiden dan dat men erkenning eist van het feit dat de bescherming van de verschillende nationale minderheden in België volwaardig gebeurt, en zelfs veel v
erregaander en effectiever dan in de kaderconventie, door voor elk van de drie taalgemeenschappen een eigen territorium te hebben erkend, naast de regeling van de tweetaligheid in Brussel-Hoofdstad en de autonomie in persoonsgebonden aangelegenheden voor beide gemeenschappen aldaar.
Enkel een verdrag dat het toekennen van een eigen taalgebied aan de diverse taalgroepen fundamenteel als een minstens evenwaardige vorm van bescherming van nationale min-derheden erkent kan dus in aanmerking komen voor ratificatie.
Dames en heren, verontschuldig mij dat ik het ditmaal wat zwaarwichtiger heb gehouden, maar dit thema is m.i. te belangrijk om het niet onder uw aandacht te brengen. De voorbije jaren kon ik mijn gelegenheidstoespraka op het ritme van gedichten brengen, de actualiteit hefet me dit jaar in het proza vastgehouden. Maar ik kan het toch niet laten om af te sluiten met een een gedicht:
De koekoek
Waalse koekoek, die uw eieren legt
In 't warme Vlaamse nest,
wij hebben ze groot gekweekt uw jongen,
Wij kennen hun schreeuwen, kennen hun sprongen,
De onzen hebben ze eruit gedrongen.
Waalse koekoek in 't Vlaamse nest,
Wij kennen u best.
Wat voor een vogel is er de Blauwvoet,
Dat hij de koekoek niet aan en kan?
Niets met zijn bek en niets met zijn klauw doet?
Wat voor een fladderaar is hij dan?
Witte stormvogel, stel u te weer,
Vlieg doe vreemde koekoek te keer
Met spannende harde vlerken,
Snavel hem weg van zijn roof en zijn buit,
Ruk hem pennen en veren uit,
Dat hij vlucht in de Waalse berken.
Ginds mag hij roepen, te zomertijd,
Met hoge borst en fraaie stem,
Koe koe, koe koe,
Dat het galmt door beuk en sperre.
Zijn wij de lastige kerel kwijt,
Niet ongeren horen wij hem
Af en toe
van verre, koe koe, van verre.
Was de koekoek niet zo'n dief
Alle vogels hadden hem lief.
U zal de versvoet herkend hebben van René de Clercq. die toen reeds perfect de betekenis van het territorialiteitsbeginsel in vers uitdrukte.
Met veel genoegen wil ik nu dan ook de Orde van de Vlaamse Leeuw toekennen en het hieraan verbonden zilveren plaket overhandigen aan Leo Peeters.
-----------------------------------------
(slotwoord door An de Moor, secretaris van de Orde)
Door het gezwaai met vlaggen van de republiek Frankrijk op de MR-FDF betoging in Linkebeek (Albert II weze gewaarschuwd) kon ook een Groot-Nederlands geïnspireerde stem niet ontbreken, zodat ik wel als voorzitter van de Beweging Vlaanderen-Europa en de 11-Daagse, maar ook als algemeen secretaris van het Algemeen-Nederlands Verbond mag afronden.
Enkele jaren geleden rolde van de Lannoopersen het boek, Dromen van gerechtigheid. Beschouwingen over Gerecht en Rechtvaardigheid, van grondwetspecialist prof. Marcel Storme, jawel, vader van. Heel wat passages in dit essay doen denken aan probleem 177, dat eigenlijk heel eenvoudig om gerechtigheid draait.
Sta mij toe dat ik de volgende synthese eruit voorlees:
Het kan niet dat gezagsdragers weigeren zich neer te leggen bij beslissingen die conform de wet door autonome overheidslichamen werden getroffen.
Daarom: Gerechtigheid, of vormen van gerechtigheid zijn er, maar zij moeten opgezocht én gevonden worden, door reflectie en actie gestalte krijgen en uiteindelijk steeds maar dichter bij ons worden gebracht. Gerechtigheid is een generatieve impuls, een opgave, een bestendige droom. Van gerechtigheid kan goeddeels worden gezegd wat men van het recht zegt; Nicht ein Gegebenes, sondern ein Aufgabe. Gerechtigheid is een open en evolutief begrip: zij moet elke dag verder voltooid worden. Dit moet ons niet ontmoedigen, want was het niet Schumpeter die ooit zei dat het verschil tussen een wildeman en een beschaafd persoon hierin bestond dat de laatste blijft vechten, zelfs zo hij de relativiteit der dingen heeft leren inzien. Gerechtigheid is een bestemming, geen eindpunt. De gerechtigheid schrijdt als een continuüm verder en tevens als een stuwend levensgevoel. In het Nieuwe Testament kunnen we de volgende woorden van Mattheus lezen:
En aan hen die hongeren en dorsten naar de Gerechtigheid wordt toegezegd dat zij zullen verzadigd worden. (5,6)
Laten we met deze hoopvolle boodschap eindigen: alle Vlaamse politici hebben de morele plicht tegenover Leo Peeters en zijn medeburgemeesters om het Vlaamse regeerakkoord uit te voeren. Gerechtigheid zal geschieden!
Onverwijld ?!